Recital review

Review of Camiel’s recital in Uithoorn on the 15th of march:

”Zondagmiddag verzorgde de vijfentwintigjarige pianist Camiel Boomsma een recital in de concertserie van de Stichting Culturele Activiteiten Uithoorn (SCAU). De concertzaal van de SCAU in de Thamerkerk was goed bezet en de musicus heeft zijn publiek niet teleurgesteld.

Het gekozen programma was aangenaam toegankelijk, maar wel met, na de pauze, stukken die men zelden op de vleugel hoort. Een sprankelend gespeelde vroege sonate van Haydn vormde de opening, met daarna Chopin tot aan de pauze. Camiel Boomsma voelt zich volkomen thuis in het romantische pianorepertoire en hij beheerst zijn métier tot in alle finesses. De briljante passages in de Ballade nummer 1 van Chopin gonsden en golfden door de zaal alsof er een heel symfonieorkest in de vleugel zat. In het rustige en bedachtzame tempo van de twee Nocturnes opus 48 en opus 62 zong de vleugel zacht en ontroerend, alles prachtig van toon. Er was een intens bewogen musicus aan het woord, die, volledig, bescheiden en geconcentreerd opgaand in de muziek, zijn luisteraars meteen in zijn ban had en achter de vleugel zijn nauwelijks herstelde grieperigheid gelukkig volledig vergat.

Na de pauze bleef Camiel Boomsma in laat romantische sferen, maar met muziek die oorspronkelijk niet voor piano is geschreven. Integendeel, want Richard Wagners “Die Walküre”, “Parsifal” en “Tristan und Isolde” zijn opera’s met grote orkestbezettingen en een knappe, verfijnde instrumentatie die moeilijk condenseerbaar is tot het pocketformaat van een eenzame piano. Maar wel met vele meeslepende passages die de luisteraar via het oor kunnen ontroeren en, als een muzikale drug, kunnen bedwelmen. Was je in de radio- en CD-loze negentiende eeuw niet in de gelegenheid een operahuis of concertzaal te bezoeken, dan kreeg je die, toen nieuwe en spraakmakende, muziek dus nooit te horen. Om desondanks een bredere verspreiding ervan te bevorderen, hebben tijdgenoten van Wagner delen uit zijn opera’s bewerkt voor de piano. Zo kon het publiek ook in kleine provinciezaaltjes of een forse huiskamer toch een indruk krijgen van deze muziek. Maar de piano moest dan wel worden bespeeld door een geweldig goede pianist, want de gecomponeerde pianobewerkingen eisen groot muzikaal en technisch vakmanschap, plus de fantasie om over te brengen wat anders uit een orkest en uit zangers klinkt.

Dat vakmanschap bleek op voortreffelijke wijze aanwezig in de muzikale persoonlijkheid van Camiel Boomsma. Prachtig en met kleurrijke orkestrale allure klonken de na de pauze gespeelde delen uit Wagner-opera’s. Eerst “Siegmunds Liebesgesang” uit “Die Walküre, in een bewerking door de Franse componist Brassin. Vervolgens klonk de “Goede Vrijdagmuziek” uit “Parsifal”, in een bewerking door Stradal, leerling van Liszt. Besloten werd, indrukwekkend gespeeld en zacht wegstervend, met “Isoldes Liebestod”, in de knappe en virtuoze pianoversie die Franz Liszt ervan heeft gemaakt en die dan ook slechts door een toppianist goed kan worden uitgevoerd. En dat gebeurde. Goed dat Boomsma die Wagnerbewerkingen op CD heeft gezet. Camiel Boomsma bedankte zijn enthousiaste publiek via een uitstapje naar Rusland, met “Moment Musical” nummer 2 van Rachmaninov.

– Written by Bob Berkemeier

Leave a Reply